29 november 2013

No country for old men

Ik ben nooit ziek. Inmiddels werk ik ruim acht jaar bij mijn huidige werkgever, zonder één dag ziekteverlof. Daarvoor tien jaar bij een veeleisende Big Four-organisatie, zonder één dag ziekteverlof. Als ik al een besmette hamburger tref, of een overjarige Apfelstrudel, waardoor ik een dag onwel ben, dan is dat altijd net in het weekend of op vakantie. 
Dat is geen prestatie, geen reden om trots op mezelf te zijn. Ik steek blijkbaar in een redelijk gezond vel, afgezien van een brilletje sinds mijn zevende levensjaar en af en toe een hooikoortspilletje tegen overmatig gesnotter in het voorjaar. Ik ben de natte droom van iedere zorgverzekeraar: wel betalen voor grote glazen kantoorpanden en graaiende topmannen, maar niks terugvragen. 
Tot voor kort althans. Want ik begin uit elkaar te vallen. De aftakeling van het lichaam, die na het vijfentwintigste levensjaar inzet, begint merkbaar te worden bij deze tweeënvijftigjarige. Het zittend werk achter de laptop, sowieso reden voor vroegtijdig overlijden, vraagt meer en meer zijn tol. De multifocale bril fungeert niet optimaal voor het beeldschermwerk, wat ik corrigeer met nek en schouders, in combinatie met een oud leesbrilletje. Dat moet misgaan. En het gaat ook mis, dus loop ik twee maanden bij een vriendelijke fysiotherapeut, die me weer enigszins oplapt. Eindelijk een bonnetje voor de Ohra. Ondertussen doet er ook een duim pijn en zo zijn er nog meer kleine tekenen van verval, afgezien van het grijze hoofd en de heinekenspoiler rond het middenrif.
 
Ik heb een keurige werkgever, dus die situatie met dat beeldschermwerk is vast op te lossen. Ik meld me bij een grote glazen kantoorpaal in Amsterdam Zuid-Oost voor een visustest, die nodig is om via de baas voor weinig een beeldschermbril te bemachtigen. Human Capital Care heet het winkeltje waar ik me moet vervoegen. Een adviestoko die op zijn website ronkende zinnen schrijft over preventie, verzuimbegeleiding en re-integratie, samen ook wel 'gezondheidsmanagement' genoemd. Ter illustratie zie ik op de homepage een nogal blote mevrouw achter een laptopje liggen. 
De assistente van Human Capital Care die mijn gezichtsvermogen onderzoekt is allerliefst en optimistisch over de uitkomst. Drie weken later ploft het oordeel van de bedrijfsdokter op de ruwharige deurmat. Helaas, u komt niet in aanmerking voor vergoeding. Opmerkelijk. De Human Capital Care-consultants van deze wereld zitten er toch om te zorgen dat werkgevers geen last hebben van ziek en dus duur personeel. Als je kunt kiezen tussen een brilletje van pakweg tweehonderd euro, of een medewerker die uiteindelijk uitvalt door klachten als gevolg van beeldschermwerk, dan weet je het wel. Of gaan we toch voor de snel bespaarde euro's op de korte termijn? Hoe dan ook, ik ga de boefjes van de zorgsector de komende jaren vast en zeker meer geld kosten. Verzekeraars houden niet van klanten die ouder worden.


16 oktober 2013

Meisje van vijf

Grofkorrelig, schokkerig en wat onscherp zijn ze meestal, de oude filmbeelden op de metershoge schermen in Eye Amsterdam. Het nieuwe filmmuseum aan het IJ toont familiefilms uit een koloniaal verleden in Nederlands-Indië, opgenomen tussen 1900 en 1940.
Mijn moeder zit op een klein bankje zonder rugleuning en kijkt lang en in stilte naar het grote scherm. Eenentachtig jaar is ze, lichamelijk broos maar geestelijk nog messcherp. Driekwart eeuw geleden, in 1937, kwam ze met haar familie vanuit Nederland aan op Java. Vijf jaar oud, nog onwetend van de ontberingen die haar enkele jaren later in het Jappenkamp bijna het leven zullen kosten. Onwetend van de man die ze, terug in Nederland, in 1954 ontmoet en die in dat jaar, nu precies negenenvijftig jaar geleden, met haar in het huwelijk treedt. Onwetend van het geluk dat het krijgen van drie zoons haar zal schenken en van het onmetelijk grote verdriet door het latere verlies van de jongste van die drie.
Oude, schokkerige en wat onscherpe familiebeelden uit Indonesië. Wat ze laten zien is voor haar heel herkenbaar. Heel even is ze in gedachten gewoon weer een klein, onschuldig meisje van vijf jaar. In een wit katoenen jurkje, zorgeloos spelend in de warme tropenzon. Zielsgelukkig in een tropisch paradijs, niet wetend wat de toekomst brengen zal.



30 september 2013

Boodschapper

In drie dagen tijd gaat reisorganisatie OAD failliet, Bruynzeel Parket sluit de deuren, Björn Borg trekt de stekker uit veel onderbroekenwinkels en Staffhorst in Utrecht houdt op te bestaan. Die laatste winkel was voor velen, ook voor mij, decennialang een begrip. Een muziekwinkel die al platen verkocht voordat Free Record Shop (ook failliet) werd opgericht. Waar topmuzikanten instrumenten kwam uitproberen. De instrumentenwinkel bestond nog steeds, ondanks eerdere tegenslagen. Maar nu niet meer. Allemaal weg, in de week waarin - hoe ironisch - Google haar vijftiende verjaardag mocht vieren. Bij winnaars horen ook verliezers.
Natuurlijk speelt internet een grote rol bij de ondergang van traditioneel opererende bedrijven zoals deze. Maar is dat de enige reden? Bestelt echt iedereen zijn houten vloer en zijn Fender Stratocaster via het web? Dat denk ik niet. We hebben collectief last van een crisis die maar voortduurt en hier nog geen licht aan het eind van de tunnel laat zien. De consument is de hoop op betere tijden kwijtgeraakt en op zijn handen gaan zitten, met dank aan de staat. De overheid geldt inmiddels als notoir onbetrouwbaar. Ons consumentenvertrouwen is amper hoger dan dat in Griekenland of Cyprus; vlak boven het afvoerputje van Europa dus.
Met reden. Je kunt er wel toe oproepen, maar wie koopt er nog een auto, als gunstige belastingregels rondom autobezit worden aangepast zodra ze te populair dreigen te worden? Dan zit je met je VW Polo Bluemotion-dieseltje, vooral gekocht omdat je er geen wegenbelasting over hoefde te betalen. Straks moet dat opeens wel en nog dubbel tarief ook, want het is een diesel. Een huis kopen? Liever wat spaarcenten reserveren voor het terugdringen van de hypotheekschuld, want het huidige verblijf staat onder water. Beloftes over hypotheekrenteaftrek worden toch direct na de verkiezingen op de helling gezet.
Niet voor niets wint Willem Drees de NRC-verkiezing van de beste premier in de afgelopen eeuw. Vertrouwen is alles. Drees bouwde met vaderlijk gezag op wat nu weer wordt afgebroken. Wat overblijft noemen we participatiesamenleving, een mooi bedacht woord voor meer belasting betalen, maar er weinig voor terug moeten verwachten. Los je sores eerst maar zelf op, succes met het verschonen van de luier van oma.

De nieuwe koning moest die moeilijke boodschap via de troonrede presenteren aan het volk. Het voelde meer dan ooit ongemakkelijk, dat voorlezen van een verhaal van een ander. Zullen we daar dus maar eens mee ophouden? Geef als koning op Prinsjesdag het land een persoonlijke boodschap mee, zoals nu in het eerste - en beste - deel van de troonrede. En geef daarna het woord aan de premier, die de Staten-Generaal vervolgens mag verwennen met zijn boekhoudkundig gebabbel. Dat is wel zo duidelijk. Een koning moet geen boodschapper zijn van een regering die door het volk niet wordt vertrouwd.