In 1970 kwam ik voor het eerst te wonen in ons dorpje aan de Vecht. Naast ons gezin trok een sympathieke Amsterdamse familie in eenzelfde nieuwbouwwoning. De jongste buurjongen werd een vriendje, waar ik later veel mee optrok. Toen we allebei in Amsterdam gingen werken reden we gezamenlijk naar de hoofdstad. Samen waren we jaren actief als teamleden in de ballonsport, die in de jaren tachtig en negentig in ons land snel groeide. Mijn oudste broer is ballonvaarder en wij vonden niets leuker dan hem te helpen. Prachtige ervaringen deden we op, in binnen- en buitenland. Tranen met tuiten hebben we samen gelachen.
Later kwamen er vaste relaties en kinderen. We groeiden uit elkaar, al woonden we in dezelfde woonwijk. Te druk, te volle agenda's, elk in beslag genomen door eigen zorgen en bezigheden. Onbegrijpelijk achteraf, dat verloren gaan van zo'n intensief contact.
Met zijn Nieuw-Zeelandse vrouw is de vroegere buurjongen afgelopen maand vertrokken naar de andere kant van de wereld. Zijn twee kinderen studeren er gewoon verder en zelfs de kat is veilig getransporteerd. De opbrengst van zijn doorzonwoning in ons dorpje bleek genoeg voor de aanschaf van een vrijstaand huis met twee badkamers,een dubbele garage, een eigen tennisbaan, een olijfboomgaard en tienduizend vierkante meter grond in de buurt van Hastings, op het Noordereiland. Hij ziet wel wat hij er gaat doen; hij heeft genoeg van de stress van de ICT-sector, waarin hij jaren werkzaam was.
Op de voorlaatste avond in zijn oude huis heb ik afscheid van hem en zijn vrouw genomen. Hij vond het een goed moment om weg te gaan uit Nederland. De files in de Randstad of het natuurschoon uit Lord of the Rings, dat is niet moeilijk kiezen. Ja, Nieuw-Zeeland is een land met een minder rijke cultuur. Europa is zonder twijfel een prachtig en veelzijdig museum. Maar ongelijk kan ik hem niet geven. Ergens ben ik een beetje jaloers. En een beetje bezorgd over de toekomst van ons eigen werelddeel. Veel geluk daar, Fred. Ik hoop je ooit nog eens te zien.
7 oktober 2015
13 september 2015
Time flies
Toen ik zevenenveertig jaar oud werd schonk hij mij een MeisterSinger 01. Een horloge met één wijzer, dat helpt om wat minder gejaagd door het leven te gaan. Hij wist ook wel dat ik het zelf niet zou aanschaffen; veel gezinsleden om te voeden en te kleden maakt de aanschaf van dure luxeartikelen lastiger. Dus kocht hij het spontaan, want mijn broer genoot er van anderen een plezier te doen.
Vandaag had hij vijftig jaar moeten worden. Maar hij is er al bijna vijf jaar niet meer. Ik doe de MeisterSinger om, stap in de auto en rijd met mijn ouders naar zijn oude golfbaan aan de rand van Amsterdam. Daar drinken we koffie met appelgebak, uitkijkend over baan één. Jort's portret staat op tafel, we voelen zijn aanwezigheid. Zijn naam staat als meervoudig toernooiwinnaar op de borden aan de wand. Het clubgebouw is jarenlang een tweede huis voor hem geweest. Hij was een uitstekende golfer, die leefde voor zijn sport.
Er zijn genoeg dagen dat ik niet veel aan hem denk, afgezien van de blik op zijn portret in de huiskamer. Te druk met het dagelijks bestaan. Maar op momenten als deze doet het weer flink zeer. Ik had graag over een kwart eeuw samen met mijn broer aan zo'n tafeltje bij de golfbaan herinneringen opgehaald aan vroeger. We hebben allebei klem gezeten bij de geboorte, hij nog veel meer dan ik. Onze geheugens zijn daardoor niet zo best, maar samen waren we wel een eind gekomen. Het is ons niet gegund. Zijn slopende ziekte maakte dat hij maar vijfenveertig jaar oud mocht worden. De tijd vliegt, zelfs op een horloge met één wijzer. Ik ben al vijf jaar boos en verdrietig. Mijn broer had Abraham moeten zien vandaag.
Vandaag had hij vijftig jaar moeten worden. Maar hij is er al bijna vijf jaar niet meer. Ik doe de MeisterSinger om, stap in de auto en rijd met mijn ouders naar zijn oude golfbaan aan de rand van Amsterdam. Daar drinken we koffie met appelgebak, uitkijkend over baan één. Jort's portret staat op tafel, we voelen zijn aanwezigheid. Zijn naam staat als meervoudig toernooiwinnaar op de borden aan de wand. Het clubgebouw is jarenlang een tweede huis voor hem geweest. Hij was een uitstekende golfer, die leefde voor zijn sport.
Er zijn genoeg dagen dat ik niet veel aan hem denk, afgezien van de blik op zijn portret in de huiskamer. Te druk met het dagelijks bestaan. Maar op momenten als deze doet het weer flink zeer. Ik had graag over een kwart eeuw samen met mijn broer aan zo'n tafeltje bij de golfbaan herinneringen opgehaald aan vroeger. We hebben allebei klem gezeten bij de geboorte, hij nog veel meer dan ik. Onze geheugens zijn daardoor niet zo best, maar samen waren we wel een eind gekomen. Het is ons niet gegund. Zijn slopende ziekte maakte dat hij maar vijfenveertig jaar oud mocht worden. De tijd vliegt, zelfs op een horloge met één wijzer. Ik ben al vijf jaar boos en verdrietig. Mijn broer had Abraham moeten zien vandaag.
19 augustus 2015
Webcareless
De kinderen zijn alle vier op stap, echtgenote heeft een dinerafspraak. Ik installeer me rond half tien 's avonds op de bank en kies op de Apple TV voor Netflix: tijd voor een lekkere speelfilm. Helaas: de online filmaanbieder werkt niet. Net zomin als andere internetvoorzieningen in huis: de laptop, de iPad, ze doen niks. Opnieuw opstarten van het modem van Ziggo helpt niet. Geen internet, dat is tegenwoordig bijna net zo erg als totale stroomuitval.
Ik check met de iPhone op 3G op Twitter of het Ziggo webcareteam iets meldt over een storing. Nee hoor, daar zijn ze gewoon individuele vragenstellers aan het helpen. 'Ah jammer', 'Wat vervelend', 'Supersonisch', 'Als het goed is moet-ie het nu weer doen'. En meer van dat soort geleuter waar webcareteams van grote bedrijven tegenwoordig zo goed in zijn. GeenStijl schreef er recent al een verhaal over. Ooit is webcare bedacht om klanten snel te informeren over actuele zaken en vragen via social media te beantwoorden, zodat ook anderen daar hun voordeel mee konden doen. Maar anno nu is het vooral: negatieve geluiden snel afdempen, kritiek in de kiem smoren en reputatie redden; een paar goede webcareteams uitgezonderd.
Ziggo laat zien hoe het niet moet: business as usual op Twitter, tot elf uur 's avonds. Dan plaatst het webteam welgeteld één bericht over een internetstoring door een DDoS-aanval: 'Er wordt met man en macht gewerkt aan de oplossing'. Maar niet meer door het webcareteam, want die gaan gauw naar huis. Ze zijn immers bereikbaar tot elf uur. Op dat moment zijn ruim twee miljoen (!) Ziggoklanten getroffen door de internetstoring, die duurt tot ver na middernacht.
Dat die landelijke storing er was, had ik inmiddels op de telefoon gelezen via de sites van RTLNieuws en Nu.nl. Niet bij Ziggo zelf, hoewel in een twitterantwoord op een individuele vraag om kwart voor negen 's avonds al te lezen valt: 'er is inderdaad een storing'. Maar daar wordt ruim twee uur lang op Twitter verder niks mee gedaan door de webcarepeople.
Vanmorgen een e-mail met uitleg van Ziggo in de mailbox, zoals dat hoort richting dik betalende klanten? Een stevige toelichting op de homepage van de eigen website wellicht? Nee hoor, niks van dat alles. Slechts één tweet van het webcareteam van Ziggo, liefst negen uur na het vorige bericht over de storing: de storing is rond middernacht (nou, half twee 's nachts) opgelost: 'Internet ze!'
Ga je schamen Ziggo, je webcareteam kan bij het grofvuil.
Ik check met de iPhone op 3G op Twitter of het Ziggo webcareteam iets meldt over een storing. Nee hoor, daar zijn ze gewoon individuele vragenstellers aan het helpen. 'Ah jammer', 'Wat vervelend', 'Supersonisch', 'Als het goed is moet-ie het nu weer doen'. En meer van dat soort geleuter waar webcareteams van grote bedrijven tegenwoordig zo goed in zijn. GeenStijl schreef er recent al een verhaal over. Ooit is webcare bedacht om klanten snel te informeren over actuele zaken en vragen via social media te beantwoorden, zodat ook anderen daar hun voordeel mee konden doen. Maar anno nu is het vooral: negatieve geluiden snel afdempen, kritiek in de kiem smoren en reputatie redden; een paar goede webcareteams uitgezonderd.
Ziggo laat zien hoe het niet moet: business as usual op Twitter, tot elf uur 's avonds. Dan plaatst het webteam welgeteld één bericht over een internetstoring door een DDoS-aanval: 'Er wordt met man en macht gewerkt aan de oplossing'. Maar niet meer door het webcareteam, want die gaan gauw naar huis. Ze zijn immers bereikbaar tot elf uur. Op dat moment zijn ruim twee miljoen (!) Ziggoklanten getroffen door de internetstoring, die duurt tot ver na middernacht.
Dat die landelijke storing er was, had ik inmiddels op de telefoon gelezen via de sites van RTLNieuws en Nu.nl. Niet bij Ziggo zelf, hoewel in een twitterantwoord op een individuele vraag om kwart voor negen 's avonds al te lezen valt: 'er is inderdaad een storing'. Maar daar wordt ruim twee uur lang op Twitter verder niks mee gedaan door de webcarepeople.
Vanmorgen een e-mail met uitleg van Ziggo in de mailbox, zoals dat hoort richting dik betalende klanten? Een stevige toelichting op de homepage van de eigen website wellicht? Nee hoor, niks van dat alles. Slechts één tweet van het webcareteam van Ziggo, liefst negen uur na het vorige bericht over de storing: de storing is rond middernacht (nou, half twee 's nachts) opgelost: 'Internet ze!'
Ga je schamen Ziggo, je webcareteam kan bij het grofvuil.
Abonneren op:
Posts (Atom)


