Het is er stil. De vogels fluiten, maar verder hoor je niets. Een eiland van rust en mooie natuur, ingeklemd tussen de aanvliegroutes van Schiphol en industriegebieden langs de randen van Amsterdam en Haarlem. Hoog in de lucht wordt de stilte af en toe verstoord door het geraas van machtige vliegtuigmotoren. Maar het blijft een oase. Zeker op een prachtige voorjaarsavond zoals deze. We hadden geen betere dag kunnen kiezen. De zon gaat langzaam en oranje onder.
Op maandagavond is het clubgebouw gesloten. Er is niemand te zien. Voor de ingang staan twee kleine elektrische wagentjes klaar. Voor ons. We rijden er mee langs het fraai onderhouden gras, tot we op een plek zijn die we passend vinden. Er staan drie grote bomen langs de rand, met struiken er om heen. Hier moet het gebeuren. Voorzichtig maken we het deksel van de grote ronde koker los, die zorgvuldig met tape is afgesloten. Samen zien we hoe zijn as neerdaalt op het gras en wegwaait in de lichte avondbries, tot er niets meer over is. All we are is dust in the wind.
Precies één jaar terug moest mijn broertje van een arts vernemen dat hij ongeneeslijk ziek was. Bijna vijf maanden geleden gaf hij zijn ongelijke strijd op. En vandaag, op een prachtige avond in april, is hij terug op de plaats waar hij het liefste wilde zijn. Op de golfbaan waar hij bijna dertig jaar lang zijn voetafdrukken achterliet. Vanavond hebben we Jort thuisgebracht.
12 april 2011
8 april 2011
Duizend mijlen
Achterop mijn zwarte Alfa Romeo 916 Spider prijkt, direct naast het nummerbord, een piepklein rood met wit stickertje. 'Mille Miglia', staat er op. Dat stickertje verwijst naar het mooiste automobielevenement van het jaar: de duizend mijlen race die jaarlijks rond Hemelvaart wordt verreden van Brescia naar Rome en weer terug. Alleen auto's uit de periode 1927-1957 mogen er aan meedoen; de periode waarin de oorspronkelijke Mille Miglia race 24 keer werd georganiseerd.
Het startgeld is anno nu aanzienlijk, de ballotage streng en deelname voorbehouden aan welgestelde autoliefhebbers, prinsen en een enkele autominnende premier. Maar de belangstelling van het publiek bij de start in het schilderachtige Noord-Italiaanse stadje Brescia is ieder jaar enorm en ook langs de route verzamelen zich duizenden autofans. Ooit hoop ik daar tussen te staan en zelf de sfeer te mogen proeven. Tot nu toe is dat er niet van gekomen. Het stickertje achterop de zwarte 916 symboliseert mijn ambitie om daar eens verandering in te brengen.
Klein of niet, vandaag bleek het opvallend genoeg voor een korte, maar leuke ontmoeting langs de A2. Op weg naar huis na de werkweek, het dak van de Spider open, ontmoet ik een prachtige, zeegroene Aston Martin DB2 uit 1953. Nederlands kenteken, links stuur, een zeldzaamheid. Een icoon temidden van het leger aan uniforme woonwerkvoertuigen. Ik steek mijn duim op bij het inhalen, dat doen autoliefhebbers onder elkaar soms; ik wel in ieder geval. De chauffeur lacht, sluit achter mij aan en haalt me opnieuw in. Langzaam genoeg voor een haastig fotootje met de smartphone tijdens het rijden. De flank van de DB2 is opgesierd met de namen van de bestuurders, langs het dak lees ik een reclameuiting van een prachtig Zwitsers horlogemerk. Een auto die gebruikt wordt voor klassieker evenementen dus. Net als ik neemt hij de afrit Breukelen en gebaart me te stoppen. We stappen uit en hij stelt zich voor als mede-eigenaar van een erkend, ingetogen handelshuis in klassieke automobielen, gevestigd onder de rook van de hoofdstad. Ook op zijn Aston prijkt het rood-witte stickertje van de duizend mijlenrace. Reden voor een kort, maar geanimeerd gesprek tussen autoliefhebbers. Hij geeft zijn kaartje mee en drukt me op het hart: 'neem contact op als je er een keer bij bent'. Dat zal ik zeker doen.
We schudden elkaar hartelijk de hand en hij verdwijnt langzaam in mijn achteruitkijkspiegel. Leuk wat zo'n piepklein stickertje kan doen. Brescia tijdens de start van de corsa piu bella del mondo, dat staat nog hoog op mijn 'to do' lijstje.
Het startgeld is anno nu aanzienlijk, de ballotage streng en deelname voorbehouden aan welgestelde autoliefhebbers, prinsen en een enkele autominnende premier. Maar de belangstelling van het publiek bij de start in het schilderachtige Noord-Italiaanse stadje Brescia is ieder jaar enorm en ook langs de route verzamelen zich duizenden autofans. Ooit hoop ik daar tussen te staan en zelf de sfeer te mogen proeven. Tot nu toe is dat er niet van gekomen. Het stickertje achterop de zwarte 916 symboliseert mijn ambitie om daar eens verandering in te brengen.
Klein of niet, vandaag bleek het opvallend genoeg voor een korte, maar leuke ontmoeting langs de A2. Op weg naar huis na de werkweek, het dak van de Spider open, ontmoet ik een prachtige, zeegroene Aston Martin DB2 uit 1953. Nederlands kenteken, links stuur, een zeldzaamheid. Een icoon temidden van het leger aan uniforme woonwerkvoertuigen. Ik steek mijn duim op bij het inhalen, dat doen autoliefhebbers onder elkaar soms; ik wel in ieder geval. De chauffeur lacht, sluit achter mij aan en haalt me opnieuw in. Langzaam genoeg voor een haastig fotootje met de smartphone tijdens het rijden. De flank van de DB2 is opgesierd met de namen van de bestuurders, langs het dak lees ik een reclameuiting van een prachtig Zwitsers horlogemerk. Een auto die gebruikt wordt voor klassieker evenementen dus. Net als ik neemt hij de afrit Breukelen en gebaart me te stoppen. We stappen uit en hij stelt zich voor als mede-eigenaar van een erkend, ingetogen handelshuis in klassieke automobielen, gevestigd onder de rook van de hoofdstad. Ook op zijn Aston prijkt het rood-witte stickertje van de duizend mijlenrace. Reden voor een kort, maar geanimeerd gesprek tussen autoliefhebbers. Hij geeft zijn kaartje mee en drukt me op het hart: 'neem contact op als je er een keer bij bent'. Dat zal ik zeker doen.
We schudden elkaar hartelijk de hand en hij verdwijnt langzaam in mijn achteruitkijkspiegel. Leuk wat zo'n piepklein stickertje kan doen. Brescia tijdens de start van de corsa piu bella del mondo, dat staat nog hoog op mijn 'to do' lijstje.
6 april 2011
Het Nieuwe Werken
Net als veel andere moderne bedrijven propageert ook mijn werkgever Het Nieuwe Werken. De bundeling van twee bestaande organisaties in één nieuwe maakt dat veel collega's langer dan voorheen moeten reizen en dus vaker kiezen voor werken vanuit een andere locatie dan kantoor. Thuis, meestal.
Ik doe dat zelf altijd op maandag en combineer zo mijn werk met het vaderschap. Ideaal en ik ben blij met een organisatie die het principe van 'acht uur per dag achter je bureau zitten' inmiddels ondergeschikt heeft gemaakt aan waardevolle output van de medewerkers. Tijd en plaats van je werkzaamheden zijn minder relevant geworden. Werk en privé lopen meer en meer door elkaar heen.
Dat is tegelijk nog wel eens reden voor enige stress, ook op de maandag-thuiswerkdag. Om half negen meld ik mij met twee dochtertjes bij de lokale basisschool, waarin ook de peuterspeelzaal is gevestigd. Beide smurfjes breng ik naar hun respectievelijke ochtendverblijven, waarna papa op de fiets terugsprint naar huis. Onderweg nog een paar boodschappen bij de plaatselijke Appie en dan snel thuis inloggen op het netwerk van de werkgever. Iedere twee weken om negen uur beleidsoverleg, waarbij ongeveer de helft van de deelnemers inbelt in plaats van fysiek aanwezig te zijn. Ik ook.
Na dat uurtje telefonisch vergaderen (Blackberry met bluetooth headsetje, handig bij het tussendoor koffie pakken of mail checken) achter de laptop verder tot half twaalf. Kids ophalen, weer naar huis, allebei een boterham en om kwart voor één de oudste van de twee opnieuw naar school brengen. Merle is inmiddels gesloopt van het spelen op de peuterspeelzaal en rolt gretig haar bedje in. Dat biedt weer even anderhalf uur tijd voor geconcentreerd werken. Daarna weer op de fiets heen en terug naar school om Tamar op te halen om kwart over drie. Thuis een uurtje verder werken, terwijl de kids even chillen met een filmpje op tv. Natuurlijk knaagt dan het schuldgevoel, want eigenlijk zou ik een spelletje met ze moeten doen of even samen lekker naar buiten, naar de speeltuin om de hoek. Maar in de loop van de middag begint de mailbox vol te stromen. Het rode lampje op de Blackberry knippert continu. Dus kies ik voor de weg van de minste weerstand. Gelukkig hebben we dit weekend lekker een middag doorgebracht bij de geitenboerderij in het Amsterdamse Bos. In een wereld waarin beeldschermen de hele dag informatie aandragen is het niet verkeerd om soms te ervaren hoe zaken er in het echt uitzien. Ook op een 3D-tv (die ik niet heb) kun je een klein geitje immers niet vasthouden. Er zijn al te veel kinderen die echt geloven dat melk uit een pak komt en niet uit een koe.
Kwart voor vijf de kids weer op de fiets, hup met Tamar naar de gymles bij het zwembad (even inchecken via Foursquare bij binnenkomst). Snel in haar gymkleren helpen, naar de gymzaal voor haar uurtje turnen-voor-beginnertjes. Mama haalt je op liefje, kus. En met Merle op de fiets snel weer terug naar huis. Is er nog mail, moet er nog iets afgerond? Papa kookt op maandag, dus wat staat er op het menu? Vlak voor zessen gaat de laptop van de eettafel en de borden erop. Vanavond weer verder, als de kids in bed liggen.
Het FD vulde deze week een flink aantal pagina's van haar weekendbijlage met een verhaal over technostress en het altijd, overal bereikbaar en online moeten zijn. De smartphone, de iPad, de laptop: ze zijn permanent onder handbereik, ook tijdens de vakanties en in het weekend. Het Nieuwe Werken klokt niet uit om vijf uur 's middags. Alleen het verstrekken van een smartphone zou volgens onderzoek al tien dagen per jaar toevoegen aan onze werkzame uren. Een iPhone of Blackberry geven aan al je medewerkers is geen gebaar van gulheid, maar slim rekenen. Hoeveel uur werk ik anno nu eigenlijk in een week? Zolang ik in het weekend nog naar de geitjes kan, kies ik er voor om dat maar even niet uit te rekenen.
Ik doe dat zelf altijd op maandag en combineer zo mijn werk met het vaderschap. Ideaal en ik ben blij met een organisatie die het principe van 'acht uur per dag achter je bureau zitten' inmiddels ondergeschikt heeft gemaakt aan waardevolle output van de medewerkers. Tijd en plaats van je werkzaamheden zijn minder relevant geworden. Werk en privé lopen meer en meer door elkaar heen.
Dat is tegelijk nog wel eens reden voor enige stress, ook op de maandag-thuiswerkdag. Om half negen meld ik mij met twee dochtertjes bij de lokale basisschool, waarin ook de peuterspeelzaal is gevestigd. Beide smurfjes breng ik naar hun respectievelijke ochtendverblijven, waarna papa op de fiets terugsprint naar huis. Onderweg nog een paar boodschappen bij de plaatselijke Appie en dan snel thuis inloggen op het netwerk van de werkgever. Iedere twee weken om negen uur beleidsoverleg, waarbij ongeveer de helft van de deelnemers inbelt in plaats van fysiek aanwezig te zijn. Ik ook.
Na dat uurtje telefonisch vergaderen (Blackberry met bluetooth headsetje, handig bij het tussendoor koffie pakken of mail checken) achter de laptop verder tot half twaalf. Kids ophalen, weer naar huis, allebei een boterham en om kwart voor één de oudste van de twee opnieuw naar school brengen. Merle is inmiddels gesloopt van het spelen op de peuterspeelzaal en rolt gretig haar bedje in. Dat biedt weer even anderhalf uur tijd voor geconcentreerd werken. Daarna weer op de fiets heen en terug naar school om Tamar op te halen om kwart over drie. Thuis een uurtje verder werken, terwijl de kids even chillen met een filmpje op tv. Natuurlijk knaagt dan het schuldgevoel, want eigenlijk zou ik een spelletje met ze moeten doen of even samen lekker naar buiten, naar de speeltuin om de hoek. Maar in de loop van de middag begint de mailbox vol te stromen. Het rode lampje op de Blackberry knippert continu. Dus kies ik voor de weg van de minste weerstand. Gelukkig hebben we dit weekend lekker een middag doorgebracht bij de geitenboerderij in het Amsterdamse Bos. In een wereld waarin beeldschermen de hele dag informatie aandragen is het niet verkeerd om soms te ervaren hoe zaken er in het echt uitzien. Ook op een 3D-tv (die ik niet heb) kun je een klein geitje immers niet vasthouden. Er zijn al te veel kinderen die echt geloven dat melk uit een pak komt en niet uit een koe.
Kwart voor vijf de kids weer op de fiets, hup met Tamar naar de gymles bij het zwembad (even inchecken via Foursquare bij binnenkomst). Snel in haar gymkleren helpen, naar de gymzaal voor haar uurtje turnen-voor-beginnertjes. Mama haalt je op liefje, kus. En met Merle op de fiets snel weer terug naar huis. Is er nog mail, moet er nog iets afgerond? Papa kookt op maandag, dus wat staat er op het menu? Vlak voor zessen gaat de laptop van de eettafel en de borden erop. Vanavond weer verder, als de kids in bed liggen.
Het FD vulde deze week een flink aantal pagina's van haar weekendbijlage met een verhaal over technostress en het altijd, overal bereikbaar en online moeten zijn. De smartphone, de iPad, de laptop: ze zijn permanent onder handbereik, ook tijdens de vakanties en in het weekend. Het Nieuwe Werken klokt niet uit om vijf uur 's middags. Alleen het verstrekken van een smartphone zou volgens onderzoek al tien dagen per jaar toevoegen aan onze werkzame uren. Een iPhone of Blackberry geven aan al je medewerkers is geen gebaar van gulheid, maar slim rekenen. Hoeveel uur werk ik anno nu eigenlijk in een week? Zolang ik in het weekend nog naar de geitjes kan, kies ik er voor om dat maar even niet uit te rekenen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

