5 oktober 2019

Burgemeester

Mijn vader was de zoon van een keurige ambtenaar. Als gewone Amsterdamse jongen voltooide hij in oorlogstijd de Mulo, werd laborant bij Shell en zette vervolgens zijn schrijftalent in als bedrijfsjournalist. Al tijdens zijn loopbaan had hij affiniteit met de lokale politiek en de boven hem gestelden: lokale adel, ondernemers, politici. Zijn rol als persmuskiet hielp daarbij. Door zijn inzet, aangeboren nieuwsgierigheid en schrijfkwaliteiten werd hij uiteindelijk raadslid in ons dorpje aan de Vecht, lid van de historische kring en secretaris van de Oranjevereniging. In die functie ontving hij onder meer Koningin Beatrix, toen die op Koninginnedag 1987 ons dorp aandeed. De opvolgende burgemeesters van ons dorp waren goede bekenden voor hem en op zijn laatste reis werd hij naar zijn graf gedragen door zijn drie beste vrienden: een ondernemer, de makelaar en de oud-gemeentesecretaris.
Op 1 oktober stond zijn jongste kleindochter Merle op een kistje achter het spreekgestoelte in de theaterzaal van het lokale combinatiegebouw, waar ook de plaatselijke middelbare school in huist. Ten overstaan van de voltallige gemeenteraad, burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht sprak de elfjarige met heldere stem haar eerste speech uit, als nieuwe kinderburgemeester van de gemeente. Een kleurige ambtsketen hing om haar kleine schouders. Ze had speciaal een nieuwe blouse gekocht en haar lange blonde haar opgestoken. Ze vond haar nieuwe rol 'superleuk' en verheugde zich op de samenwerking.
Na die dappere speech van amper twee minuten schudde ze het voltallige gezelschap keurig de hand, naast haar pittige voorgangster, die in een jaar opbloeide tot een zelfbewuste jonge meid. Het komende jaar is de agenda van onze Merle goed gevuld. En vanaf zijn wolk kijkt opa glimmend van trots op haar neer. Zijn kleindochter is de burgemeester.



21 augustus 2019

Land of the Free

De hete lucht begint al te wennen, ‘s avonds aan de rand van de grote vijver. Voor ons voeren de fonteinen van The Bellagio hun beroemde dans op. Achter ons zingt een kwartet jonge Amerikaanse mannen uit volle borst mee met ‘God bless the USA’ van Lee Greenwood.
Kippenvelmomentje, aan het begin van onze vakantie. Met een jaar vertraging en een weer gezonde dochter in ons gezelschap van zes zijn we in Las Vegas alsnog begonnen aan onze ontdekkingsreis door The Land of the Free. Bij elke plaats die we in het vervolg van onze eerste week per RV binnenrijden, worden we onthaald op een zee van stars and stripes in de tuinen van de bewoners. Amerikanen zijn trots op hun land, hoewel ook daar de vrijheid onder druk staat en sommige media door de president worden beschimpt om hun kritische berichtgeving. Buiten de grote steden aan de west- en oostkust rijden bewoners nog altijd het liefst in hun Ford F150 pickup, is 1 op 5 als gemiddeld brandstofverbruik niks om je voor te schamen en krijg je bij de Walmart je boodschappen nog in twintig plastic tasjes mee. En je kunt daar met alleen je rijbewijs voor driehonderd dollar ook gewoon een geweer kopen. Tijdens ons verblijf zijn er mass shootings in Texas en Ohio. Er valt genoeg af te dingen op de VS.
Maar wat hebben we er van genoten. Van die fonteinen in Sin City. Van de gezelligheid in onze reuzencamper. Van de ongelofelijke uitzichten aan de rand van Bryce Canyon en Grand Canyon. Van het maanlandschap in Death Valley. Van de pier van Santa Monica. Van Highway 1 langs de kust in een Chevy Suburban. Van het fietsen over de Golden Gate brug. Van de historie van Alcatraz. Van het 360 graden zicht bovenop New York vanaf One World Observatory. Van de hectiek van Times Square. Van Central Park en het Guggenheim. Maar vooral van ons allemaal samen. Alle zes in goede gezondheid. De herkansing die we kregen, die maakte Amerika extra bijzonder.


14 februari 2019

Trots


Ze slaapt nog. Haar prachtige donkere krullen liggen in een knot op het kussen, waarop ook een paar vegen donkerrood bloed zitten. Ze ademt rustig. Heel af en toe doet ze even haar ogen iets open en zakt dan weer weg. De narcose is nog niet uitgewerkt.
Vroeg in de ochtend is dochter A. voor de tweede keer geopereerd. Er zat nog een uitzaaiing in een lymfeklier, die bij de eerste ingreep was gemist. Gelukkig konden ze erbij via de al eerder gemaakte snee in haar hals, dat scheelt een extra litteken.
Na de diagnose schildklierkanker, in de warme zomer van vorig jaar, heeft ze het ziekenhuis veelvuldig van binnen gezien. Van het Antonius ging het naar het UMC. Alsof het zo moest zijn kwam ze daar terecht bij misschien wel de beste specialist van Nederland, als het gaat om schildklieroperaties. Geen zorgen, zei hij monter tegen haar bij het eerste bezoek. “Je bent knetterjong, je gaat echt niet dood.” Een beetje lomp, maar wel duidelijk.
Inmiddels loopt ze rond in de enorme ziekenfabriek alsof ze er werkt. Moeiteloos vindt ze haar weg, rustig en volwassen doorstaat ze menig onderzoek, dapper slaat ze zich door de behandeling, nu al ruim een half jaar. Een stevige, urenlange operatie, waarbij de schildklier en vijftien lymfeklieren zijn weggehaald; nooit geweten dat je er zoveel hebt. Een behandeling met radioactieve jodium, inclusief enkele dagen eenzame opsluiting achter een loden deur. En steeds weer naar die prikpoli. Zonder gemor. 
De noodzaak van een tweede operatie was een flinke domper, maar ook daar kwam ze snel overheen. Vooruit maar, op naar de eindstreep. Woensdagochtend om zeven uur lopen we de afdeling op, voor de vervolgoperatie. Twee uur later belt de altijd enthousiaste chirurg, om te zeggen dat alles goed is gegaan.
Daarna ligt ze in het ziekenhuisbed, te midden van onrustige patiënten, in en uit lopende verplegers en piepende apparaten. Maar ze slaapt. Soms draait ze haar hoofd even de andere kant op, verder is ze stil.
Ik eet een broodje onderin het grote ziekenhuis en keer weer terug naar haar afdeling, C4 Oost. Ze is wakker. Hoe gaat het, vraag ik. Goed, antwoordt ze. Ze wil naar huis en snapt inmiddels de criteria: eten, drinken, toiletbezoek, zelf aankleden. Het mag, aan het eind van de dag. Ik wil je niet nog een keer zien, zegt de montere arts bij het afscheid. Om zes uur ‘s avonds stapt ze thuis naar binnen, alsof ze even naar de stad is geweest voor een boodschap. Het zit er op, afgezien van het balanceren van de medicatie en een regelmatige controle. Sterk, rustig en zelfbewust van begin tot eind. Ik ben nog nooit zo trots op mijn dochter geweest als in het afgelopen halfjaar.