Twee heel verschillende activiteiten in één etmaal. Op vrijdag ga ik op uitnodiging van mijn immer sympathieke collega Erica met haar mee richting Ahoy in Rotterdam. Erica heeft twee kaarten gekregen voor het ABN AMRO World Tennis Toernooi. Lekker een potje tennis kijken om de drukke week mee af te sluiten.
Ik stuur haar aangename Alfa 159 richting de Maasstad; ze kent mijn voorliefde voor automobielen van het Italiaanse huis. De wat onhandige ingebouwde navigatie voert ons dwars door de stad heen, via de Maastunnel, maar uiteindelijk bereiken we toch het grote Ahoy-complex. Binnen is het luxe en verwennerij wat de klok slaat. De hoofdsponsor van het tennisfeest, nog altijd eigendom van de staat, moet ongetwijfeld heel wat miljoenen investeren in de organisatie. We zijn er op uitnodiging van Reed Business, exploitant van ons maandblad en de bijbehorende website. De uitgever heeft perfecte plaatsen voor ons geregeld: op de allereerste rij langs het center court. Om ons heen vergelijkbaar zakenpubliek, vooral in business-casual: jeans met jasje. Bij iedere rustpauze stromen bezoekers in en uit de tennishal. De smartphones klikken om fotootjes te maken. Terecht, want de partij die we mogen bekijken is niet mals: de harige Marcos Baghdatis uit Cyprus tegen de kale Kroaat Ivan Ljubicic. Leuk mailverkeer tussendoor vanaf onze stoelen met de collega's van het NBA-webteam. Ze plagen ons met de besteding van onze vrijdagmiddag. Uiteindelijk verliest de Cypriotische publiekslieveling na drie lange sets van de slager van de Balkan. De partij is zo spannend dat we de ongetwijfeld smakelijke businesslunch laten voor wat die is. In de vrijdagmiddagfile kruipen we terug richting Amsterdam, nog net op tijd voor een laatste conference call om de werkweek mee af te ronden.
Op zaterdag geen sponsorverwennerij, maar flink werken in de regen. Deze maand is de basisschool van mijn dochters aan de beurt om het oud papier te verzamelen in het dorp. Dat betekent vier vuilnisauto's plus acht vrijwillig aangewezen papa's om de rol van vuilnisman te vervullen. In een oude spijkerbroek en dito jas klim ik achterop de treeplank van de vuilnisauto, om samen met een andere vader het vele oud papier in onze eigen wijk te verzamelen. Het is drie uur lang stevig werken; gelukkig neemt de regen geleidelijk af. De chauffeur duwt de grote vuilniswagen zorgvuldig door de vele krappe straatjes, telkens stoppend voor weer een nieuwe berg papier. De dozen aan de straat maken duidelijk dat Nederland de dertiende maand graag bestemt voor nieuwe computers of een flatscreen-tv. Bij het langzaam langsrijden hollen heel wat bewoners nog snel met de laatste dozen uit hun woning, hopend dat die ook nog mee mogen. Natuurlijk mag dat. Vlak voor het eind, als we aardig vermoeid beginnen te raken, loopt ook een oude dame uit haar huis naar onze vuilnisauto toe. Maar in haar handen geen last-minute stapel oud papier. Ze schenkt ons een grote chocoladereep. Melk met hazelnoot. Engelen bestaan nog...
12 februari 2011
11 februari 2011
NS wil liever dat ik de auto neem
Ik ben een typische automobilist. Ooit, in oktober 2008, organiseerde de ANWB een speciale dag die filevrij had moeten worden. Er stonden meer files dan normaal, maar ik liet me van mijn beste kant zien en nam een keer de trein naar het werk. Het werd een drama: seinstoringen, wisselstoringen, enorme vertragingen heen en terug. Zie je wel, dacht ik en klom nog gemotiveerder dan daarvoor weer in mijn oude Alfaatje.
Deze week, dik twee jaar verder, waag ik een nieuwe poging. Nu om een meer praktische reden: na een avondje whisky proeven moet je niet meer in je auto willen stappen.
Ik wapen me met een geladen OV-chipkaart en reisinformatie die, het moet gezegd, perfect wordt gepresenteerd via 9292OV; ook in mobiele vorm. In de vroege vrieskou van woensdagmorgen wandel ik naar het NS-station in Breukelen en wapper met mijn chipkaart voor de kaartlezer onderaan de trap naar het perron. Meteen het eerste probleem: de lezer weigert dienst. Dus toch maar een kaartje uit de automaat halen; € 8,60 voor een retourtje Breukelen-Amsterdam RAI. Maar goed, parkeren in Amsterdam is duurder en met de chipkaart kost het dat ook, alleen zie je dat minder.
Blauwbekkend op het perron komt de volgende tegenvaller: de trein heeft tien minuten vertraging. 'Dat geclaimde percentage op tijd rijden haalt NS nooit', is mijn eerste gedachte, samen met een 'zie je wel, daar gaan we weer'-gevoel. En inderdaad, daar gaan we weer. Tien minuten te laat komt er een stokoude stoptrein binnenrijden. Smerig van buiten en van binnen en natuurlijk overvol. Ook op het balkon is geen zitplaats meer voorhanden, dus lekker het FD lezen op weg naar kantoor zit er niet in.
Maar dat is het ergste niet. Na station Abcoude willen de deuren van de trein niet meer open. Dus is er oponthoud op ieder volgend station, omdat het treinpersoneel handmatig de deuren moet openen. Uiteindelijk komt de trein tot station Bijlmer, waar na minutenlang stilstaan de speaker op het perron aankondigt dat de volgende stoptrein (die van een half uur later) in aantocht is. Alle passagiers stormen uit de oude boemel en hollen naar het naastgelegen perron, om daar nog precies in de volgende trein te kunnen springen. Ik ook. Als haringen in een ton gaat het verder naar station Duivendrecht, waar ik overstap op een andere trein voor het laatste stukje naar de RAI. Dat stukje gaat redelijk, al stopt ook deze trein nog even onderweg om een intercity te laten passeren.
In plaats van de aangegeven veertig minuten duurt de reis zo in totaal anderhalf uur, terwijl mijn autootje 's ochtends minder dan een half uurtje nodig heeft om de werkplek te bereiken. Ik weet weer genoeg, zeker als 's middags de chipkaart weer foutmeldingen krijgt bij het uitchecken uit een metro. Gelukkig verloopt de reis naar huis, na zeven glaasjes smakelijk Schots water in Amsterdam-Centrum, wel uitermate voorspoedig en zowaar ook nog met prachtige aansluitingen tussen tram en trein. Het kan wel. Maar ik heb alweer gegeten en gedronken met de NS: die willen mij gewoon in die auto hebben, blijkbaar.
Deze week, dik twee jaar verder, waag ik een nieuwe poging. Nu om een meer praktische reden: na een avondje whisky proeven moet je niet meer in je auto willen stappen.
Ik wapen me met een geladen OV-chipkaart en reisinformatie die, het moet gezegd, perfect wordt gepresenteerd via 9292OV; ook in mobiele vorm. In de vroege vrieskou van woensdagmorgen wandel ik naar het NS-station in Breukelen en wapper met mijn chipkaart voor de kaartlezer onderaan de trap naar het perron. Meteen het eerste probleem: de lezer weigert dienst. Dus toch maar een kaartje uit de automaat halen; € 8,60 voor een retourtje Breukelen-Amsterdam RAI. Maar goed, parkeren in Amsterdam is duurder en met de chipkaart kost het dat ook, alleen zie je dat minder.
Blauwbekkend op het perron komt de volgende tegenvaller: de trein heeft tien minuten vertraging. 'Dat geclaimde percentage op tijd rijden haalt NS nooit', is mijn eerste gedachte, samen met een 'zie je wel, daar gaan we weer'-gevoel. En inderdaad, daar gaan we weer. Tien minuten te laat komt er een stokoude stoptrein binnenrijden. Smerig van buiten en van binnen en natuurlijk overvol. Ook op het balkon is geen zitplaats meer voorhanden, dus lekker het FD lezen op weg naar kantoor zit er niet in.
Maar dat is het ergste niet. Na station Abcoude willen de deuren van de trein niet meer open. Dus is er oponthoud op ieder volgend station, omdat het treinpersoneel handmatig de deuren moet openen. Uiteindelijk komt de trein tot station Bijlmer, waar na minutenlang stilstaan de speaker op het perron aankondigt dat de volgende stoptrein (die van een half uur later) in aantocht is. Alle passagiers stormen uit de oude boemel en hollen naar het naastgelegen perron, om daar nog precies in de volgende trein te kunnen springen. Ik ook. Als haringen in een ton gaat het verder naar station Duivendrecht, waar ik overstap op een andere trein voor het laatste stukje naar de RAI. Dat stukje gaat redelijk, al stopt ook deze trein nog even onderweg om een intercity te laten passeren.
In plaats van de aangegeven veertig minuten duurt de reis zo in totaal anderhalf uur, terwijl mijn autootje 's ochtends minder dan een half uurtje nodig heeft om de werkplek te bereiken. Ik weet weer genoeg, zeker als 's middags de chipkaart weer foutmeldingen krijgt bij het uitchecken uit een metro. Gelukkig verloopt de reis naar huis, na zeven glaasjes smakelijk Schots water in Amsterdam-Centrum, wel uitermate voorspoedig en zowaar ook nog met prachtige aansluitingen tussen tram en trein. Het kan wel. Maar ik heb alweer gegeten en gedronken met de NS: die willen mij gewoon in die auto hebben, blijkbaar.
7 februari 2011
Pokken
Deze blog is gestart in een wat sombere periode. Overal bouwstof van onze verbouwing en een steeds zieker wordende broer. Inmiddels zijn we een half jaar verder. De drang om iedere dag iets te melden aan de rest van de wereld is wat minder geworden. Wellicht komt dat weer als de actualiteit erom vraagt, maar nu hoeft het even niet, alleen als ik zin heb. Ook de wat sombere vormgeving zelf stond me opeens tegen. Misschien scheelt het dat ik de tekst tegenwoordig op een stralendwitte Mac mag dichten. Of omdat 2011 een beter jaar moet worden dan 2010, hoezeer ook het verdriet over Jort blijft. Hoe dan ook, ik heb de zwarte blokken met diapositieve teksten ingeruild voor een frisse witte weblog. Dat voelt minder naargeestig. Wat op het werk kan, kan hier ook zogezegd; al gaat het thuis wat simpeler.
Minstens zo bleekjes als de pagina's van deze opgefriste blog zijn de twee jongste dames op dit moment. Alle vaccinatieprogramma's ten spijt, de waterpokken komen gewoon nog langs als het er tijd voor is. Zo ook hier, gelukkig precies om ons weekendje in Rome heen, anders waren we vast niet zo relaxed vertrokken als nu. Tamar hield het bij een enkel pokje en een paar wat hangerige dagen, maar Merle pakt de zaak beter aan. Flinke koorts als aftrap en vervolgens letterlijk overnight van top tot teen bedekt met rode blaasjes. Het normaal zo perzikachtige velletje van onze jongste mevrouw lijkt nu meer op een grindtegel. Opmerkelijk dus dat er diverse moeders op school zijn die graag willen dat hun kind ook even wordt aangestoken met het virus. Liever nu dan op vakantie, zo is ongetwijfeld de gedachte. En je kunt zo'n ziekte maar beter als klein kind even krijgen dan op latere leeftijd. Geen probleem, de twee dametjes hebben zich ingespannen om de halve school aan te steken. De incubatietijd is een week of twee, benieuwd of we halverwege deze maand overal grindtegeltjes mogen begroeten...
Minstens zo bleekjes als de pagina's van deze opgefriste blog zijn de twee jongste dames op dit moment. Alle vaccinatieprogramma's ten spijt, de waterpokken komen gewoon nog langs als het er tijd voor is. Zo ook hier, gelukkig precies om ons weekendje in Rome heen, anders waren we vast niet zo relaxed vertrokken als nu. Tamar hield het bij een enkel pokje en een paar wat hangerige dagen, maar Merle pakt de zaak beter aan. Flinke koorts als aftrap en vervolgens letterlijk overnight van top tot teen bedekt met rode blaasjes. Het normaal zo perzikachtige velletje van onze jongste mevrouw lijkt nu meer op een grindtegel. Opmerkelijk dus dat er diverse moeders op school zijn die graag willen dat hun kind ook even wordt aangestoken met het virus. Liever nu dan op vakantie, zo is ongetwijfeld de gedachte. En je kunt zo'n ziekte maar beter als klein kind even krijgen dan op latere leeftijd. Geen probleem, de twee dametjes hebben zich ingespannen om de halve school aan te steken. De incubatietijd is een week of twee, benieuwd of we halverwege deze maand overal grindtegeltjes mogen begroeten...
Abonneren op:
Posts (Atom)



