In het centrum van het Zuid-Hollandse Oudewater, vlak bij de Heksenwaag, woont Dick. Ik ken hem al bijna dertig jaar. Onze werkrelatie is vriendschap geworden. Tegenwoordig denk ik af en toe met hem mee over de communicatie voor zijn eigen ontwerpstudio in Rotterdam. Dat doen we vanuit het atelier onder zijn woning, temidden van zijn schildersmaterialen. Een plek die creativiteit uitstraalt, dat helpt bij het brainstormen. Ik kom er graag. Naast de tafel waar we zitten staat op de schildersezel een portret-in-wording van zijn vader.
Dick is ondernemer, maar zijn hart ligt nog altijd bij het ontwerpwerk zelf. Onzekerheid hoort bij ondernemen, daarom vindt hij het fijn om regelmatig te sparren; met mij en ook met anderen. We overleggen over opzet en inhoud van zijn vernieuwde website, over de inzet van social media om zijn activiteiten onder de aandacht te brengen, over wat zijn studio onderscheidt van de concurrentie, over zijn plannen voor de toekomst.
Zijn zoon, die bezig is in zijn voetsporen te treden, schonk hem dit voorjaar als afstudeerproject van de kunstacademie een ontroerend en integer gemaakt videoportret. Het toont een gepassioneerd ontwerper, schilder en ondernemer, met zijn sterke en zwakke kanten. Een verhaal over passie, obsessie en onzekerheid, heet het. Ik heb het al drie keer bekeken, met een brok in mijn keel. Zoonlief is er terecht cum laude mee geslaagd. Een mooier kado kun je een vader niet geven.
31 juli 2011
24 juli 2011
Plusje
Als communicatiemens monitor ik de wereld om mij heen zo goed mogelijk, voor zover de tijd dat toelaat. Op de laptop staat altijd een nieuwssite open en daarnaast zorgen de social media voor snelle updates van het nieuws. Als Amy-ik-doe-mijn-naam-graag-eer-aan-Whinehouse opstijgt naar haar oneindige Gall&Gall in de wolken, of als een conservatieve idioot het anders zo rustige Noorwegen tot wereldnieuws maakt, komt dat het eerst op Twitter langs. Degenen die nog menen dat het microblogjesnetwerk alleen gaat over het koekje bij de koffie of je jongste toiletbezoek vergissen zich. Twitter is de handigste manier om zaken snel te signaleren. Mijn talentvolle collega Sanne, die half zo oud is als ik, volgt geen websites meer. Haar twitteraccounts zorgen ervoor dat ze niets mist, alle updates komen daarin langs. En ze is de enige niet. Zelf volg ik naast een groep vernieuwende accountants ook een aantal social media-profeten. Elke dag ga ik een aantal keren schuin door hun twitterbombardementen heen. Dat levert veel boeiende linkjes op: naar websites, relevante artikelen, blogs en meer.
De hang naar erkenning van deze zelfbenoemde social media-goeroes is overigens opvallend. Ze schrijven gretig over hun gestegen posities op ranglijsten van gezichtsbepalende bloggers, twitteraars en meer. Ieder bericht waarin ze zelf worden genoemd retweeten ze ongegeneerd door. Stel je voor dat je vroeger al je kennissen, vrienden en collega's een kaartje had gestuurd om te melden dat je ergens in een artikel werd genoemd. Dat had je de hoon van velen opgeleverd. Anno nu is zulke ijdeltuiterij geen probleem.
Om te weten waar ik over praat doe ik uit principe aan alle social media mee die invloedrijk zijn of dat dreigen te worden: LinkedIn, Facebook, Twitter, FourSquare en nu ook Google+.
De eerste berichten over dat jongste netwerk geven aan dat Facebook en Twitter zich zorgen moeten maken. Zien is geloven, maar Google is de machtige Big Brother van deze digitale samenleving en dus kun je als inmiddels erkend medium niet tevreden achterover leunen en denken dat het wel zal meevallen. Immers, waar is Ilse.nl gebleven, kent iemand die zoekmachine van het eerste uur nog? Hoe verging het MySpace.com, het sociale netwerk dat nog maar een paar jaar geleden de dienst leek te gaan uitmaken? Waar is het ooit zo'n hype zijnde Second Life? Al die sites bestaan nog, maar zijn geen schim meer van destijds. Hoe zal het gaan met Hyves, dat nu nog roept dat het in ons land groter is dan Facebook? Benieuwd hoeveel slapende accounts er zitten bij de 'tien miljoen vrienden' waar Hyves graag over spreekt. Dat van mij is er één van, ik doe er niks meer mee. Op Hyves zitten, ruw gezegd, kinderen en huisvrouwen; de rest is naar Facebook overgestapt. En omdat actieve social netwerkers graag nieuwe ontwikkelingen volgen, zitten ze straks ook op Google+. Eerst nog naast Facebook en Twitter, maar vraag is hoe lang dat duurt. Als Plus goed bevalt en je komt er genoeg relaties tegen, dan droogt een ander medium wellicht langzaam op. Google is immers vertrouwd dankzij de zoekmachine, GMail, Maps, Picasa en YouTube. Ook deze Bloggersite is er onderdeel van. Dus staat onderaan elke nieuwe blog nu dat je die een plusje kunt geven; Google's alternatief voor de bekende Like-button van Facebook.
Inmiddels komt er al regelmatig een melding voorbij dat de maximumcapaciteit van Google+ even is bereikt, wat aangeeft dat er veel belangstelling is om in te stappen. Google heeft de tijd genomen om het goede van de bestaande netwerken te gebruiken en waar nodig zaken te verbeteren. Net als bij de populaire zoekmachine zou dat straks zomaar de social media-standaard voor de komende jaren kunnen opleveren. Als ik Mark Zuckerberg was sliep ik de laatste weken toch iets onrustiger. Zelfs al hoef je voor het geld geen dag in je leven meer te werken.
De hang naar erkenning van deze zelfbenoemde social media-goeroes is overigens opvallend. Ze schrijven gretig over hun gestegen posities op ranglijsten van gezichtsbepalende bloggers, twitteraars en meer. Ieder bericht waarin ze zelf worden genoemd retweeten ze ongegeneerd door. Stel je voor dat je vroeger al je kennissen, vrienden en collega's een kaartje had gestuurd om te melden dat je ergens in een artikel werd genoemd. Dat had je de hoon van velen opgeleverd. Anno nu is zulke ijdeltuiterij geen probleem.
Om te weten waar ik over praat doe ik uit principe aan alle social media mee die invloedrijk zijn of dat dreigen te worden: LinkedIn, Facebook, Twitter, FourSquare en nu ook Google+.
De eerste berichten over dat jongste netwerk geven aan dat Facebook en Twitter zich zorgen moeten maken. Zien is geloven, maar Google is de machtige Big Brother van deze digitale samenleving en dus kun je als inmiddels erkend medium niet tevreden achterover leunen en denken dat het wel zal meevallen. Immers, waar is Ilse.nl gebleven, kent iemand die zoekmachine van het eerste uur nog? Hoe verging het MySpace.com, het sociale netwerk dat nog maar een paar jaar geleden de dienst leek te gaan uitmaken? Waar is het ooit zo'n hype zijnde Second Life? Al die sites bestaan nog, maar zijn geen schim meer van destijds. Hoe zal het gaan met Hyves, dat nu nog roept dat het in ons land groter is dan Facebook? Benieuwd hoeveel slapende accounts er zitten bij de 'tien miljoen vrienden' waar Hyves graag over spreekt. Dat van mij is er één van, ik doe er niks meer mee. Op Hyves zitten, ruw gezegd, kinderen en huisvrouwen; de rest is naar Facebook overgestapt. En omdat actieve social netwerkers graag nieuwe ontwikkelingen volgen, zitten ze straks ook op Google+. Eerst nog naast Facebook en Twitter, maar vraag is hoe lang dat duurt. Als Plus goed bevalt en je komt er genoeg relaties tegen, dan droogt een ander medium wellicht langzaam op. Google is immers vertrouwd dankzij de zoekmachine, GMail, Maps, Picasa en YouTube. Ook deze Bloggersite is er onderdeel van. Dus staat onderaan elke nieuwe blog nu dat je die een plusje kunt geven; Google's alternatief voor de bekende Like-button van Facebook.
Inmiddels komt er al regelmatig een melding voorbij dat de maximumcapaciteit van Google+ even is bereikt, wat aangeeft dat er veel belangstelling is om in te stappen. Google heeft de tijd genomen om het goede van de bestaande netwerken te gebruiken en waar nodig zaken te verbeteren. Net als bij de populaire zoekmachine zou dat straks zomaar de social media-standaard voor de komende jaren kunnen opleveren. Als ik Mark Zuckerberg was sliep ik de laatste weken toch iets onrustiger. Zelfs al hoef je voor het geld geen dag in je leven meer te werken.
19 juli 2011
Even geduld aub
Vandaag is voor de tweede keer in korte tijd de ontvanger van de interactieve tv omgeruild. Goed, je moet even een flink menu door aan de telefoon (kies een 1, kies een 4, kies een 3), maar de medewerkers van de KPN-helpdesk zijn attent, servicegericht en zorgen dat mijn probleem wordt opgelost. Valt het beeld steeds uit? Heeft u alle stekkers al opnieuw vastgezet en de boel opnieuw opgestart? En toch gaat het fout? Dan ligt het aan het kastje, overmorgen heeft u een nieuwe.
En inderdaad stond vanmorgen de pakketdienst weer aan de deur. TV-ontvanger nummer 3 lijkt het inmiddels te doen, na de nodige opstartprocedures met blauwe schermen, abonneenummers en pincodes. Ondertussen komt via mail de nieuwe factuur van KPN binnen voor het internet-plus-tv-plus-bellen. De enige hoge bedragen op de specificatie van de telefoonkosten zijn voor het bellen naar het betaalde servicenummer van KPN dit weekend. Zo komt alles weer in het bakje van de provider.
Vroeger was alles veel eenvoudiger. Kort na mijn geboorte droeg mijn vader, begin jaren zestig, de eerste zwartwit televisie ons huis binnen. Er was één zender, pas later kwam er keus uit Nederland 1 en 2. Ik keek ademloos naar series als Floris en Thierry de Slingeraar. Zwartwit, anno nu erg traag, met curieuze geluidseffecten en knullig in elkaar gezet, maar destijds niet te missen. In de jaren zeventig, terwijl ik keek naar Q&Q (revenge of the nerds), werd de tv aangesloten op het kabelnet. En nu, veertig jaar en honderden tv-zenders later, klaagt nog menigeen dat een grote aanbieder van tv eindelijk de finale keus maakt voor digitale televisie. Vertrouwde zaken verander je niet zo snel.
Zelf zijn we ook pas anderhalf jaar geleden van analoog overgestapt op alles-in-één digitaal via KPN. Draadloos internet via het kastje naast het wandmeubel, waar ook de telefoon en de tv op aangesloten staan. Een zwarte Motorola ontvanger met rare groene knoppen onder de televisie voor het interactieve kijken. Daarbij een flinke harde schijf als digitaal archief. Mooi allemaal, maar inmiddels ben ik honderd uur opgenomen televisie kwijt, omdat het eerste exemplaar van het kastje de geest gaf. En de kersverse afleveringen van TopGear (eindelijk weer een nieuwe reeks bij de BBC) zijn met kastje nummer twee verloren gegaan. Dat zeggen ze er niet bij, als je wordt gepaaid om nu eindelijk eens op een moderne manier tv te gaan kijken. Dat er nog wel eens een zender even niet beschikbaar is komt ook pas in de praktijk boven. En de afstandsbediening heeft moeite met zappen.
We wennen er wel aan, al die nieuwlichterij. Maar mijn verloren opnames doen zeer. Als filmfan houd ik het daarom nog bij die brede lade vol DVD's. Nu alleen nog de tijd vinden om ze af te kijken.
En inderdaad stond vanmorgen de pakketdienst weer aan de deur. TV-ontvanger nummer 3 lijkt het inmiddels te doen, na de nodige opstartprocedures met blauwe schermen, abonneenummers en pincodes. Ondertussen komt via mail de nieuwe factuur van KPN binnen voor het internet-plus-tv-plus-bellen. De enige hoge bedragen op de specificatie van de telefoonkosten zijn voor het bellen naar het betaalde servicenummer van KPN dit weekend. Zo komt alles weer in het bakje van de provider.
Vroeger was alles veel eenvoudiger. Kort na mijn geboorte droeg mijn vader, begin jaren zestig, de eerste zwartwit televisie ons huis binnen. Er was één zender, pas later kwam er keus uit Nederland 1 en 2. Ik keek ademloos naar series als Floris en Thierry de Slingeraar. Zwartwit, anno nu erg traag, met curieuze geluidseffecten en knullig in elkaar gezet, maar destijds niet te missen. In de jaren zeventig, terwijl ik keek naar Q&Q (revenge of the nerds), werd de tv aangesloten op het kabelnet. En nu, veertig jaar en honderden tv-zenders later, klaagt nog menigeen dat een grote aanbieder van tv eindelijk de finale keus maakt voor digitale televisie. Vertrouwde zaken verander je niet zo snel.
Zelf zijn we ook pas anderhalf jaar geleden van analoog overgestapt op alles-in-één digitaal via KPN. Draadloos internet via het kastje naast het wandmeubel, waar ook de telefoon en de tv op aangesloten staan. Een zwarte Motorola ontvanger met rare groene knoppen onder de televisie voor het interactieve kijken. Daarbij een flinke harde schijf als digitaal archief. Mooi allemaal, maar inmiddels ben ik honderd uur opgenomen televisie kwijt, omdat het eerste exemplaar van het kastje de geest gaf. En de kersverse afleveringen van TopGear (eindelijk weer een nieuwe reeks bij de BBC) zijn met kastje nummer twee verloren gegaan. Dat zeggen ze er niet bij, als je wordt gepaaid om nu eindelijk eens op een moderne manier tv te gaan kijken. Dat er nog wel eens een zender even niet beschikbaar is komt ook pas in de praktijk boven. En de afstandsbediening heeft moeite met zappen.
We wennen er wel aan, al die nieuwlichterij. Maar mijn verloren opnames doen zeer. Als filmfan houd ik het daarom nog bij die brede lade vol DVD's. Nu alleen nog de tijd vinden om ze af te kijken.
Abonneren op:
Posts (Atom)

