Het FD plofte een aantal dagen tevergeefs op onze deurmat, want we waren even weg. Een paar daagjes naar Nordrhein-Westfalen, in het Bergische Land, een uurtje voorbij Keulen. De Duitsers vieren in dit seizoen graag feest, dus in verschillende plaatsen staan de biertenten schouder aan schouder en vullen de neusgaten zich met de lucht van braadworst. Mijn twee jongste dochters hollen opgetogen van de ene kermisattractie naar de andere, want ook dat hoort bij de festiviteiten. Te veel euro's blijven achter bij draaimolens, grijpautomaten en schiettenten met kromme geweren.
In Keulen rijden bolides uit de topklasse af en aan, rondom de Dom lachen de logo's van luxe modemerken je vanaf de gevels tegemoet. Op zaterdag kun je in het centrum bijna over de hoofden lopen. De economie draait op volle toeren, als je zo'n grote stad beziet.
Op vakantie lijkt alles verder weg. Pas vrijdagavond laat, als ik met mijn MacBook inlog op het gratis WiFi-netwerk van ons prima hotel, lees ik dat de AEX onder de driehonderd punten is gesloten. Rond dat tijdstip verliest de VS haar AAA-rating van kredietbeoordelaar S&P. Dat had jaren eerder al kunnen gebeuren, maar zolang er niemand roept dat de keizer geen kleren aan heeft, gelooft iedereen graag in de veerkracht van de Amerikaanse economie. Europa zucht, regeringsleiders voeren koortsachtig overleg via Skype, de ECB zet alle zeilen bij.
We merken er niets van, het is vakantie. Op de snelweg terug naar huis is het aantal campers opvallend: steeds meer landgenoten hebben de traditionele sleurhut verruild voor een custommade vakantievoertuig. Zo'n ding kost al gauw een halve ton, nog afgezien van de kosten voor het staan op de vakantiebestemming, het stevige brandstofverbruik onderweg, het onderhoud en de stalling gedurende het grootste deel van het jaar. Evengoed is de weg er mee bezaaid.
Zo slecht gaat het blijkbaar nog niet. Maar de economie heeft dit jaar zeker geen vakantie. Het is net de kermis: heel veel euro's verdwijnen in het niets. Alleen het plezier is minder. Hoeveel nog bijna nieuwe campers staan er volgend jaar te koop?
8 augustus 2011
31 juli 2011
Brainstorm
In het centrum van het Zuid-Hollandse Oudewater, vlak bij de Heksenwaag, woont Dick. Ik ken hem al bijna dertig jaar. Onze werkrelatie is vriendschap geworden. Tegenwoordig denk ik af en toe met hem mee over de communicatie voor zijn eigen ontwerpstudio in Rotterdam. Dat doen we vanuit het atelier onder zijn woning, temidden van zijn schildersmaterialen. Een plek die creativiteit uitstraalt, dat helpt bij het brainstormen. Ik kom er graag. Naast de tafel waar we zitten staat op de schildersezel een portret-in-wording van zijn vader.
Dick is ondernemer, maar zijn hart ligt nog altijd bij het ontwerpwerk zelf. Onzekerheid hoort bij ondernemen, daarom vindt hij het fijn om regelmatig te sparren; met mij en ook met anderen. We overleggen over opzet en inhoud van zijn vernieuwde website, over de inzet van social media om zijn activiteiten onder de aandacht te brengen, over wat zijn studio onderscheidt van de concurrentie, over zijn plannen voor de toekomst.
Zijn zoon, die bezig is in zijn voetsporen te treden, schonk hem dit voorjaar als afstudeerproject van de kunstacademie een ontroerend en integer gemaakt videoportret. Het toont een gepassioneerd ontwerper, schilder en ondernemer, met zijn sterke en zwakke kanten. Een verhaal over passie, obsessie en onzekerheid, heet het. Ik heb het al drie keer bekeken, met een brok in mijn keel. Zoonlief is er terecht cum laude mee geslaagd. Een mooier kado kun je een vader niet geven.
Dick is ondernemer, maar zijn hart ligt nog altijd bij het ontwerpwerk zelf. Onzekerheid hoort bij ondernemen, daarom vindt hij het fijn om regelmatig te sparren; met mij en ook met anderen. We overleggen over opzet en inhoud van zijn vernieuwde website, over de inzet van social media om zijn activiteiten onder de aandacht te brengen, over wat zijn studio onderscheidt van de concurrentie, over zijn plannen voor de toekomst.
Zijn zoon, die bezig is in zijn voetsporen te treden, schonk hem dit voorjaar als afstudeerproject van de kunstacademie een ontroerend en integer gemaakt videoportret. Het toont een gepassioneerd ontwerper, schilder en ondernemer, met zijn sterke en zwakke kanten. Een verhaal over passie, obsessie en onzekerheid, heet het. Ik heb het al drie keer bekeken, met een brok in mijn keel. Zoonlief is er terecht cum laude mee geslaagd. Een mooier kado kun je een vader niet geven.
24 juli 2011
Plusje
Als communicatiemens monitor ik de wereld om mij heen zo goed mogelijk, voor zover de tijd dat toelaat. Op de laptop staat altijd een nieuwssite open en daarnaast zorgen de social media voor snelle updates van het nieuws. Als Amy-ik-doe-mijn-naam-graag-eer-aan-Whinehouse opstijgt naar haar oneindige Gall&Gall in de wolken, of als een conservatieve idioot het anders zo rustige Noorwegen tot wereldnieuws maakt, komt dat het eerst op Twitter langs. Degenen die nog menen dat het microblogjesnetwerk alleen gaat over het koekje bij de koffie of je jongste toiletbezoek vergissen zich. Twitter is de handigste manier om zaken snel te signaleren. Mijn talentvolle collega Sanne, die half zo oud is als ik, volgt geen websites meer. Haar twitteraccounts zorgen ervoor dat ze niets mist, alle updates komen daarin langs. En ze is de enige niet. Zelf volg ik naast een groep vernieuwende accountants ook een aantal social media-profeten. Elke dag ga ik een aantal keren schuin door hun twitterbombardementen heen. Dat levert veel boeiende linkjes op: naar websites, relevante artikelen, blogs en meer.
De hang naar erkenning van deze zelfbenoemde social media-goeroes is overigens opvallend. Ze schrijven gretig over hun gestegen posities op ranglijsten van gezichtsbepalende bloggers, twitteraars en meer. Ieder bericht waarin ze zelf worden genoemd retweeten ze ongegeneerd door. Stel je voor dat je vroeger al je kennissen, vrienden en collega's een kaartje had gestuurd om te melden dat je ergens in een artikel werd genoemd. Dat had je de hoon van velen opgeleverd. Anno nu is zulke ijdeltuiterij geen probleem.
Om te weten waar ik over praat doe ik uit principe aan alle social media mee die invloedrijk zijn of dat dreigen te worden: LinkedIn, Facebook, Twitter, FourSquare en nu ook Google+.
De eerste berichten over dat jongste netwerk geven aan dat Facebook en Twitter zich zorgen moeten maken. Zien is geloven, maar Google is de machtige Big Brother van deze digitale samenleving en dus kun je als inmiddels erkend medium niet tevreden achterover leunen en denken dat het wel zal meevallen. Immers, waar is Ilse.nl gebleven, kent iemand die zoekmachine van het eerste uur nog? Hoe verging het MySpace.com, het sociale netwerk dat nog maar een paar jaar geleden de dienst leek te gaan uitmaken? Waar is het ooit zo'n hype zijnde Second Life? Al die sites bestaan nog, maar zijn geen schim meer van destijds. Hoe zal het gaan met Hyves, dat nu nog roept dat het in ons land groter is dan Facebook? Benieuwd hoeveel slapende accounts er zitten bij de 'tien miljoen vrienden' waar Hyves graag over spreekt. Dat van mij is er één van, ik doe er niks meer mee. Op Hyves zitten, ruw gezegd, kinderen en huisvrouwen; de rest is naar Facebook overgestapt. En omdat actieve social netwerkers graag nieuwe ontwikkelingen volgen, zitten ze straks ook op Google+. Eerst nog naast Facebook en Twitter, maar vraag is hoe lang dat duurt. Als Plus goed bevalt en je komt er genoeg relaties tegen, dan droogt een ander medium wellicht langzaam op. Google is immers vertrouwd dankzij de zoekmachine, GMail, Maps, Picasa en YouTube. Ook deze Bloggersite is er onderdeel van. Dus staat onderaan elke nieuwe blog nu dat je die een plusje kunt geven; Google's alternatief voor de bekende Like-button van Facebook.
Inmiddels komt er al regelmatig een melding voorbij dat de maximumcapaciteit van Google+ even is bereikt, wat aangeeft dat er veel belangstelling is om in te stappen. Google heeft de tijd genomen om het goede van de bestaande netwerken te gebruiken en waar nodig zaken te verbeteren. Net als bij de populaire zoekmachine zou dat straks zomaar de social media-standaard voor de komende jaren kunnen opleveren. Als ik Mark Zuckerberg was sliep ik de laatste weken toch iets onrustiger. Zelfs al hoef je voor het geld geen dag in je leven meer te werken.
De hang naar erkenning van deze zelfbenoemde social media-goeroes is overigens opvallend. Ze schrijven gretig over hun gestegen posities op ranglijsten van gezichtsbepalende bloggers, twitteraars en meer. Ieder bericht waarin ze zelf worden genoemd retweeten ze ongegeneerd door. Stel je voor dat je vroeger al je kennissen, vrienden en collega's een kaartje had gestuurd om te melden dat je ergens in een artikel werd genoemd. Dat had je de hoon van velen opgeleverd. Anno nu is zulke ijdeltuiterij geen probleem.
Om te weten waar ik over praat doe ik uit principe aan alle social media mee die invloedrijk zijn of dat dreigen te worden: LinkedIn, Facebook, Twitter, FourSquare en nu ook Google+.
De eerste berichten over dat jongste netwerk geven aan dat Facebook en Twitter zich zorgen moeten maken. Zien is geloven, maar Google is de machtige Big Brother van deze digitale samenleving en dus kun je als inmiddels erkend medium niet tevreden achterover leunen en denken dat het wel zal meevallen. Immers, waar is Ilse.nl gebleven, kent iemand die zoekmachine van het eerste uur nog? Hoe verging het MySpace.com, het sociale netwerk dat nog maar een paar jaar geleden de dienst leek te gaan uitmaken? Waar is het ooit zo'n hype zijnde Second Life? Al die sites bestaan nog, maar zijn geen schim meer van destijds. Hoe zal het gaan met Hyves, dat nu nog roept dat het in ons land groter is dan Facebook? Benieuwd hoeveel slapende accounts er zitten bij de 'tien miljoen vrienden' waar Hyves graag over spreekt. Dat van mij is er één van, ik doe er niks meer mee. Op Hyves zitten, ruw gezegd, kinderen en huisvrouwen; de rest is naar Facebook overgestapt. En omdat actieve social netwerkers graag nieuwe ontwikkelingen volgen, zitten ze straks ook op Google+. Eerst nog naast Facebook en Twitter, maar vraag is hoe lang dat duurt. Als Plus goed bevalt en je komt er genoeg relaties tegen, dan droogt een ander medium wellicht langzaam op. Google is immers vertrouwd dankzij de zoekmachine, GMail, Maps, Picasa en YouTube. Ook deze Bloggersite is er onderdeel van. Dus staat onderaan elke nieuwe blog nu dat je die een plusje kunt geven; Google's alternatief voor de bekende Like-button van Facebook.
Inmiddels komt er al regelmatig een melding voorbij dat de maximumcapaciteit van Google+ even is bereikt, wat aangeeft dat er veel belangstelling is om in te stappen. Google heeft de tijd genomen om het goede van de bestaande netwerken te gebruiken en waar nodig zaken te verbeteren. Net als bij de populaire zoekmachine zou dat straks zomaar de social media-standaard voor de komende jaren kunnen opleveren. Als ik Mark Zuckerberg was sliep ik de laatste weken toch iets onrustiger. Zelfs al hoef je voor het geld geen dag in je leven meer te werken.
Abonneren op:
Posts (Atom)


